Nico M. Peeters

Beukeboom 32
4101 VL Culemborg
Tel: 0345-518128
E-mail: artist@nicompeeters.nl

AMDG

Nicolaas Maria Peeters, geboren op 14 juli 1949 te Rotterdam. Toen ik 2 jaar was, verhuisden wij naar Badhoevedorp, omdat mijn vader bij de KLM ging werken. Daar raakte ik heel jong vertrouwd met het vliegverkeer op Schiphol en doordat de aanvliegroute laag over ons huis lag, leerde ik de verschillende vliegtuigtypen al snel herkennen aan de geluiden.

Dergelijke ervaringen maken diepe indruk op zo jonge leeftijd, maar ook de emigratie per schip eind 1954 naar Zuid-Afrika zou later van grote invloed blijken te zijn. Een jaar later moest mijn moeder alleen, met drie kinderen, noodgedwongen terugkeren naar Nederland. Mijn vader moest nog een jaar langer doorwerken in Zuid-Afrika, om de overtocht terug te kunnen bekostigen.

Intussen woonden wij in voorlopig pension te Utrecht en het kon niet uitblijven, dat ik ook daar volop indrukken opdeed, maar dan vooral van treinen; Utrecht is immers het spoorwegknooppunt van Nederland. Omdat mijn vader bij zijn terugkeer uit Zuid-Afrika weer terecht kon bij de KLM, verhuisden we naar Amstelveen, onder de rook van Schiphol. Op dit vliegveld zoog ik me bijna dagelijks helemaal vol met de sfeer van de bedrijvigheid op het platform met aankomende en vertrekkende vliegtuigen en de grote verscheidenheid aan voertuigen van het intern transport. Op de middelbare school (ULO) was ik soms meer bezig met het ontwerpen van modelvliegvelden dan met de studie. Naast het bouwen van vele modellen van vliegtuigen, schepen, treinen en af en toe een auto, begon ik ook wat te fotograferen met een oud boxje van mijn vader. Jaren later heb ik vooral veel schepen en havens gefotografeerd.

Van Amstelveen verhuisde het gezin, inmiddels uitgebreid met nog twee kinderen, naar Utrecht. Daar heb ik de (M)ULO voltooid en vervolgens UTS (later MTS) werktuigbouw gedaan. In mijn stageperiode werkte ik achtereenvolgens in de machinefabriek Stork-Jaffa, de elektriciteitscentrale PEGUS en de Nederlandsche Kraanbouw Mij., alle in Utrecht. Na mijn militaire diensttijd ben ik enkele weken werkzaam geweest bij Kon. Mij "De Schelde", daarna anderhalf jaar tekenkamer machinekamerinstallaties van de Rotterdamsche Droogdok Mij., anderhalf jaar tekenkamer van de machinefabriek Houttuin Pompen te Utrecht en op 1 juli 1975 begonnen bij de technische dienst van rederij Vroon in Breskens.

In oktober van datzelfde jaar trouwde ik met Gerrie (Goes) en kregen we een jaar later ons eerste kind, Jan en eind 1978 Ad. Inmiddels had ik de eerste stappen gezet in het schilderen. Fotografie gaf niet de voldoening, die ik ervan verwachtte, maar bood later wel een stevige basis als referentie voor mijn schilderwerk. De onderwerpen voor de schilderijen waren in het begin vooral vliegtuigen, wegens de herinneringen aan de open dagen van de Koninklijke Luchtmacht en natuurlijk het oude Schiphol. Die schilderstukken werden later aanleiding voor de vele contacten in de luchtvaartwereld.

In 1979 verhuisden we naar Culemborg, omdat ik daar een baan vond bij Educaboek, uitgever van schoolboeken. Via de kantinebeheerder van dit bedrijf werd ik een keer uitgenodigd voor een bezoek aan Camp New Amsterdam op vliegbasis Soesterberg, waar de toenmalige PRO van het aldaar gestationeerde Amerikaanse squadron, Major Steve Kleid mij voorspelde, dat ik ooit van het schilderen mijn beroep zou maken. Ik begon inderdaad regelmatig werk te verkopen, ook via een kunstgalerie in Bilthoven, waarvan de eigenaar mij ook andere onderwerpen liet schilderen, zoals auto- en motorraces. Gaandeweg leek het Gerrie en mij verantwoord om mijn baan op te zeggen en op 1 juli 1982 werd ik officieel kunstenaar van beroep. Ons gezin had zich inmiddels uitgebreid met twee dochters: Maria en Monica. In het begin was het niet gemakkelijk om het artistieke en zakelijke te combineren; de opbrengst van verkochte werken was ons enige inkomen. Dat legde een behoorlijke druk op ons, maar het was vooral het vertrouwen van mijn voormalige werkgever, reder Piet Vroon, die mij in staat stelde mijn stijl verder te ontwikkelen. Ik had namelijk op goed geluk één van zijn schepen geschilderd en dat schilderij verkocht ten behoeve van zijn kantoor, waarna een reeks aan opdrachten volgde.

De rederij Vroon had het devies "Diversification is our Specialization" en dat heb ik me blijkbaar onwillekeurig ook eigen gemaakt: er is een overvloed aan onderwerpen om te schilderen. Met een bezoek aan een expositie van werk van de industrieschilder Herman Heyenbrock in het Technisch Tentoonstellingscentrum van de TU te Delft en de uitnodiging om ook in het TTC te exposeren, is naar mijn gevoel de basis gelegd voor de inhoud van mijn werk: Kunst in de Industrie.

Een industriële omgeving vormt een onuitputtelijke bron van onderwerpen, elk met zijn eigen sfeer. Sfeer beperkt zich niet tot de natuur; alles is daarmee omgeven in licht en schaduw, kleur, geur, geluid, vorm en reflectie, vaak associërend aan herinneringen. Sfeer is niet onder woorden te brengen, maar het is wezenlijk aanwezig en voor wie zich ervoor openstelt, betekent het een onbetaalbare schat.

En hier openbaart zich de drijfveer voor het vervaardigen van kunstwerken en dat wil ik graag delen met anderen. Daarom is het belangrijk, dat wie mijn schilderijen wil zien en/of de website bezoekt, er de tijd voor neemt en de sfeer op zich laat inwerken. Een kunstwerk ontstaat immers ook mede door het zich inleven in de sfeer, de omgeving, de geschiedenis en niet in het minst in het zich verplaatsen in de gevoelens van de mensen, die erbij betrokken zijn. Hierin vinden kunstenaar en kunstbeschouwer elkaar en dat is ten diepste communicatie, het delen van het mens-zijn...

Mijn vader had al heel vroeg de schilderkist van mijn grootvader, naar wie ik ben vernoemd, voor mij bestemd. Providentieel? De ontwikkelingen met betrekking tot het schilderen hebben onze verwachtingen in ieder geval ver overtroffen.

Ter afsluiting is het volgende vermeldenswaard: In 1985 heb ik naar een kleine zwart/wit foto uit de 20er of 30er jaren van de Glashaven in Rotterdam, in opdracht van mijn ouders een schilderij gemaakt. In 2010 werd ik gebeld door Welsley Eind van lijstenmakerij Pergamon, Rotterdam. Hij had een schilderijtje ontvangen om te restaureren en opnieuw in te lijsten. Het was gesigneerd met "N Peeters". Zoekend op internet op die naam vond hij direct mijn website en de introductie bracht hem tot de conclusie dat ik de kleinzoon móest zijn van de schilder. Tot ons beider verbazing bleek het schilderij gemaakt te zijn aan de hand van dezelfde foto van de Glashaven, zij het met toevoeging van een sleepboot! Ook voor mijn vader was het een verrassing, want hij kon zich niets herinneren van dit werkje, dat eigendom is van een Rotterdamse familie. Hierbij ter vergelijking beide schilderijen naast elkaar.


Nico M. Peeters

Nico Peeters (grootvader)


Veel kijkplezier en nogmaals: neem er de tijd voor!

Nico M. Peeters

AMDG

My name is Nicolaas Maria Peeters, born on 14 July 1949 in Rotterdam. When I was two years old, we moved to Badhoevedorp because my father was offered a job at KLM Royal Dutch Airlines. I soon became familiar with the air traffic at Schiphol and, as a result of the approaching airplanes passing low over our house, I soon learned to recognize the different types of aircraft by their noise.

Such experiences made a deep impression at such a young age, but the emigration to South Africa by ship at the end of 1954 would also turn out to be of great influence later on. One year later, out of necessity, my mother had to return to the Netherlands alone with three children. My father had to work another year in South Africa to be able to pay for the return passage.

In the meantime we temporarily lived in a guest house in Utrecht and it was no surprise that I also gained many impressions here, especially of trains, as Utrecht is the central railway hub of the Netherlands. As my father, upon his return from South Africa, was able to join KLM again, we moved to Amstelveen in the shadow of Schiphol. At the airport I immersed myself nearly every day in the atmosphere of activity at the apron with arriving and departing airplanes and the large diversity of vehicles used for internal transport. In secondary school (ULO) I was sometimes more engaged in designing model airports than in studying. Besides building many models of airplanes, ships, trains and the occasional car, I also started to do some photography with one of my father's old box cameras. In later years I particularly photographed many ships and harbours.

The family, having increased by the birth of another two children, moved from Amstelveen to Utrecht. This is where I completed the ULO/MULO and continued with mechanical engineering at the UTS (later called MTS). During my internship I worked successively at the Stork-Jaffa engineering works, the PEGUS power plant and the Dutch Crane Building Company, all located in Utrecht. After my military service I worked at the Royal Shipbuilding Company 'De Schelde' for a number of weeks, followed by 18 months at the drawing office engine room installations of the Rotterdam Dockyard Company and 18 months at the drawing office of the pump manufacturer Houttuin Pompen in Utrecht. Finally, on 1 July 1975, I started to work for the technical services department of shipping company Vroon in Breskens.

In October of the same year I married Gerrie (Goes). One year later our first child, Jan, was born and at the end of 1978 Ad was born. Meanwhile I had taken my first steps in painting. Photography did not give the satisfaction that I expected, but later proved to be a solid foundation as a reference for my paintings. In the beginning, the subject matter of my paintings was especially aircrafts, due to memories of the open days of the Royal Netherlands Air Force and of course the old days of Schiphol. Later on, those paintings led to many contacts in the aviation world.

In 1979 we moved to Culemborg because I found a job at Educaboek, a publisher of school books. Through the canteen manager of this company I was invited to visit Camp New Amsterdam at Soesterberg Air Force Base. The PRO of the American squadron stationed there at the time, Major Steve Kleid, predicted that someday I would make a living out of painting. I indeed began to sell work regularly, also through an art gallery in Bilthoven where the owner let me paint other subject matters as well, such as car and motor races. Gradually it seemed justified to Gerrie and me to quit my job and on 1 July 1982 I officially became an artist by profession. By that time our family had increased by two daughters, Maria and Monica. At first it was not easy to combine art with business; the revenue of sold paintings was our sole income. This put considerable pressure on us, but it was particularly the trust of my former employer, ship-owner Piet Vroon, that enabled me to further develop my style. I had made a haphazard painting of one of his ships and had sold it on behalf of his office, which was then followed by a series of commissions.

Shipping company Vroon had as its motto 'Diversification is our Specialization' and it appears that this motto unintentionally became my own: there is an abundance of subject matters to paint. With a visit to an exhibition of a painter of industrial scenes, Herman Heyenbrock, at the Technical Exhibition Centre (TTC) of Delft University of Technology, and the invitation to exhibit my work at the TTC as well, it is my feeling that the foundation was laid for the content of my work: Art in Industry.

An industrial environment forms an inexhaustible source of subject matters, each with its own atmosphere. Atmosphere does not limit itself to nature: everything is enveloped by it in light and shadow, colour, smell, sound, form and reflection, often associating to memories. Atmosphere cannot be put into words but is substantially present, and for those who open themselves up to it, it is a priceless treasure.

Here the motivation for making works of art reveals itself, which is something I wish to share with others. That is why it is important for those who want to see my paintings or who visit the website, to take time and absorb the atmosphere. After all, an artwork also comes into existence by entering into the atmosphere, the environment, the history and above all by empathizing with the people involved in it. This is where the artist and the art viewer find each other and that is communication at its most profound, sharing the human condition...

At a very early stage my father intended me to have the painting chest of my grandfather after whom I am named. Was it providence? In any case, the developments regarding my painting have far exceeded our expectations.

In conclusion, the following is worth mentioning. In 1985, I made a painting commissioned by my parents after a small black-and-white photograph from the 1920s or 1930s of the Glashaven in Rotterdam. In 2010 I was phoned by Welsley Eind of art & frame shop Pergamon, Rotterdam. He had been commissioned to restore and frame a small painting. It was signed with "N Peeters". Searching on internet on that name, he instantly found my website and the introduction made him conclude that I hàd to be the grandson of the artist. To both our amazement, the painting appeared to be made after the same photograph, a tug boat being added in the foreground! For my father it was a surprise as well, for he could not recall this painting, which is in the possession of a Rotterdam family, at all. In comparison, you will find both works here side by side.


Nico M. Peeters

Nico Peeters (grandfather)


Enjoy viewing the paintings and, again, please take your time!

Nico M. Peeters